Filters
Favorieten

Je hebt nog geen favorieten toegevoegd.

Veel fashion retailers vervangen hun software te laat, dit zijn de signalen

Veel fashion retailers vervangen hun software te laat, dit zijn de signalen

Bedrijfssoftware stopt zelden ineens met werken. Vaak functioneert het nog, terwijl medewerkers steeds meer oplossingen eromheen bouwen met spreadsheets, extra controles en losse koppelingen. De vraag is daarom niet alleen of je het je kunt veroorloven om te vervangen, maar ook hoe lang je het je nog kunt veroorloven om dat niet te doen.

Waarom je dit vaak te laat merkt

Een verouderd systeem geeft geen duidelijke waarschuwing. De problemen ontstaan geleidelijk en worden onderdeel van de dagelijkse werkwijze. Juist daardoor kunnen ze lang normaal voelen.

Toch zijn er signalen waaraan je kunt zien dat de software steeds minder goed past bij de manier waarop je organisatie werkt.

Signaal 1: je voegt kanalen toe, maar je systeem groeit niet mee

Veel retailers zijn ooit gestart met een relatief eenvoudige structuur. Een aantal winkels, een webshop en een centraal magazijn. In de jaren daarna komen daar nieuwe verkoopkanalen en processen bij.

Denk aan marketplaces, internationale webshops, wholesale, click and collect of voorraad die vanuit winkels beschikbaar wordt gemaakt voor online verkoop.

Bij ieder nieuw kanaal ontstaan nieuwe vragen. Waar wordt de beschikbare voorraad bepaald? Welk systeem is leidend voor prijzen? Waar worden reserveringen vastgelegd? Wanneer is een verkoop uit een winkel zichtbaar voor de webshop?

Veel oudere ERP systemen zijn ingericht rond de kanalen die er op dat moment waren. Nieuwe kanalen worden later toegevoegd met koppelingen en aanvullende systemen.

Een extra koppeling hoeft geen probleem te zijn. Maar wanneer iedere nieuwe commerciële ontwikkeling ook een technisch project wordt, is dat een duidelijk signaal. De software groeit dan niet meer vanzelf mee met de organisatie.

Signaal 2: matrixartikelen en seizoenen worden een handmatige puzzel

Fashionartikelen hebben een andere structuur dan veel andere handelsartikelen. Een model bestaat vaak uit meerdere kleuren en iedere kleur uit meerdere maten.

Dat noemen we een artikelmatrix. Een model met vier kleuren en acht maten bestaat bijvoorbeeld uit 32 afzonderlijke combinaties. Iedere combinatie heeft een eigen voorraad, verkoop en beschikbaarheid.

Daar komt bij dat fashion sterk wordt gestuurd door collecties en seizoenen. Je wilt niet alleen weten hoeveel voorraad er is. Je wilt ook weten welke kleur en maat goed verkoopt, waar die verkoopt en hoeveel tijd er binnen het seizoen nog over is.

Generieke ERP systemen kunnen varianten vaak registreren. Het verschil wordt zichtbaar wanneer medewerkers dagelijks moeten werken met maten, kleuren, collecties, seizoenen en voorraadverdeling.

Een herkenbaar signaal is dat assortimentsplanning, maatverdeling, prijsstelling of voorraadbeheer steeds vaker in spreadsheets naast het ERP wordt gedaan. De transacties staan dan nog in het systeem, maar een belangrijk deel van de sturing vindt ergens anders plaats.

Signaal 3: rapportages spreken elkaar tegen

Tijdens een managementoverleg wordt gevraagd hoeveel er deze maand is verkocht. Retail heeft een cijfer uit het kassasysteem, de webshop laat een ander bedrag zien en finance werkt weer met een ander overzicht.

Daarna gaat het gesprek niet meer over de prestaties, maar over de vraag welk cijfer klopt.

Zijn retouren al meegenomen? Is de online omzet verwerkt? Tot welk moment is de voorraad bijgewerkt? Welke bron is eigenlijk leidend?

Dit ontstaat vaak wanneer verkoop, voorraad, logistiek en financiën over verschillende systemen zijn verdeeld. Ieder systeem bevat een deel van de werkelijkheid en gegevens worden op verschillende momenten bijgewerkt.

Opvallend genoeg wordt dit probleem vaak pas echt zichtbaar tijdens managementoverleggen. Binnen één afdeling weet iedereen welk rapport gebruikt moet worden. Zodra informatie uit verschillende afdelingen naast elkaar wordt gelegd, blijken de cijfers niet altijd aan te sluiten.

Als er regelmatig discussie nodig is voordat duidelijk is welke cijfers betrouwbaar zijn, is dat een belangrijk signaal.

Signaal 4: nieuwe medewerkers hebben weken nodig om het systeem te begrijpen

Een eenvoudige manier om te beoordelen hoe complex een systeem is geworden, is kijken naar de tijd die een nieuwe medewerker nodig heeft om ermee te leren werken.

Natuurlijk vraagt ieder ERP om uitleg. Het wordt anders wanneer onboarding vooral bestaat uit het leren van uitzonderingen.

Voor deze leverancier doen we het op deze manier. Dit overzicht moet je eerst naar Excel exporteren. Bij deze order moet je nog een ander systeem controleren. Dit rapport gebruiken we alleen met een bepaalde instelling.

Vaak zijn zulke werkwijzen in de loop van jaren ontstaan. Iedere aanpassing had ooit een goede reden. Samen kunnen ze er echter voor zorgen dat het systeem alleen nog logisch is voor medewerkers die precies weten hoe alles is gegroeid.

Dat maakt nieuwe medewerkers langzamer en zorgt ervoor dat belangrijke kennis steeds meer bij individuele collega's komt te liggen.

Wat SaaS hierin verandert

Bij oudere bedrijfssoftware werd vaak jarenlang op dezelfde versie gewerkt. Wanneer een nieuwe versie nodig was, volgde een groot project waarin software, koppelingen en maatwerk opnieuw moesten worden getest.

Hoe langer zo'n update werd uitgesteld, hoe groter de stap uiteindelijk werd. Zeker wanneer veel maatwerk aanwezig was, kon dat juist een extra reden zijn om nog langer te wachten.

Bij SaaS software werkt dat anders. De leverancier ontwikkelt de software structureel door en nieuwe versies worden binnen een vast updateproces beschikbaar gemaakt. Daardoor hoeft een organisatie niet jarenlang op één oude versie te blijven werken om vervolgens een grote technische inhaalslag te maken.

Dat betekent niet dat cloudsoftware automatisch ieder probleem oplost. Processen kunnen nog steeds te complex worden en ook binnen moderne software kan te veel maatwerk ontstaan.

Het verschil zit vooral in de basis. Wanneer de software actueel blijft en belangrijke processen al standaard worden ondersteund, is er minder noodzaak om jarenlang technische oplossingen om het systeem heen te bouwen.

XPRT 365 van Eazier by ACA is gebaseerd op Microsoft Dynamics 365 Business Central en ontwikkeld voor fashion retail en wholesale. Processen rondom artikelen, kleuren, maten, collecties, seizoenen, inkoop, voorraad, winkels, logistiek en online verkoop worden vanuit dezelfde ERP omgeving ondersteund.

Herken je meerdere signalen uit dit artikel, dan betekent dat niet automatisch dat je direct nieuwe software nodig hebt. Het is wel een goed moment om kritisch naar het huidige landschap te kijken.

Welke processen gebeuren buiten het ERP? Waar wordt informatie dubbel bijgehouden? Welke rapportages leveren discussie op? Welke handelingen kunnen alleen ervaren medewerkers goed uitleggen? En hoeveel extra werk ontstaat er wanneer de organisatie een nieuw kanaal of proces toevoegt?

Als die lijst steeds langer wordt, werkt de software misschien nog wel. De vraag is alleen hoeveel werk er inmiddels nodig is om dat zo te houden.

Herken je deze signalen in jullie organisatie?
We kijken graag met je mee naar jullie huidige situatie en laten zien hoe XPRT 365 aansluit op de processen van een fashionorganisatie.
Bekijk wat we voor je kunnen doen

Voor meer informatie over cookies het wijzigen van je cookie instellingen verwijzen wij je door naar ons privacy statement en de cookie instellingen.